Bad
Het sop weerspiegelt
lichtjes op je naakte huid
glijdt in je oren
door je haren
over een beslagen ruit
Buiten Eden is het donker
maar hier binnen zo heel licht
het sop ruist zachtjes
als het wegspoelt, maar
ik zie slechts nog jouw gezicht
—
Je warmte zindert
streelt fluweel
je lacht
En ik
ik vlinder
fladder zacht
Even leven
Je onschuldig vragende glimlach, die iedereen voor je doet draven.
Je belooft aan drie jongens eeuwige trouw, en ze vergeven je het bedrog graag.
Want jij bent jij. En jij doet nooit iets fout.
Je huppelt het leven door, springt over ravijnen want zelfs engelen heb je betoverd.
En aan het einde van de lange weg sta ik en steek mijn voet uit.
Je valt en staat weer op.
De ziekte kruipt van achter uit je keel. Dan splijt je tong doormidden en je sist.
Je sist en gorgelt, valt weer neer. Je handen om je eigen keel geklemd.
Gek van woede, gek van angst en gek om wat nog komen gaat.
Want over is het niet.
De lucht is nu bedrieglijk blauw. We zien het en we worden blij.
Blauwe lucht is hoop, is leven. Voor even dan.
geselecteerd als gefixeerd bericht
And if the snow buries my neighborhood
And if my parents are crying then I’ll dig a tunnel from my window to yours
In this prison made of lies we see what it is we want to see
And find comfort in this broken hall of dreams
Do one thing every day that scares you. Sing. Stretch. Dance.
1001
Duizend nachten en een dag heb je hierop gewacht.
De dag dat je in de spiegel kijkt en ineens jezelf ziet.
Dat alles blijkt te zijn zoals je altijd al wilde dat het was.
Gevoel en verstand schudden elkaar de hand alsof er niets gebeurd is, en hernieuwen hun oude verbond.
De thee smaakt beter, zelfs zonder suiker.
De vogel lacht luidkeels naar een vreselijk rode bes.
Langzaam dwarrelt een blaadje uit de boom en komt met een heel zacht plofje neer naast een slak die een groengeel huisje op zijn slijmerige rugje meetorst.
Met pen tekent iemand een zonnetje op je wang en je belooft het er nooit meer af te wassen. Op je muur kalkt iemand een gedicht en je belooft het nooit meer uit te wissen.
Antwoorden krijg je op iedere straathoek, gratis.
En in de milde lenteregen spreid je je armen uit en danst.
Je danst en botst tegen een man met witte vleugels op. Je lacht, want hij vraagt je met hem mee te gaan. En je gaat. Natuurlijk ga je.
Duizend nachten en een dag waren al veel te lang.
Dementia
Vergeten, breekbaar en ik weet
Bij God niet waar mijn moeder is
Koud is het weer vandaag
De hond is ook al dood
En in je hoofd de herfst
Die nooit meer winter, zomer wordt
En in dit schimmenrijk van
Onbekende hoofden zoek ik
Niets meer dan alleen te vallen
In het meer van duizenden gedachten
Herinner mij
Herinner mij, mijn groots bestaan
Herinner hoe ik lachte
© Tineke van der Laan
Theater
Ga mee vroeg ze
Gaat u dan mee!
Want achter rood
Fluweel schijnt
Eeuwig licht
Bemin de kraai
Kijk naar de zon
En dansen wat
Voorheen nooit kon
Eén stap slechts over
Deze scheidslijn tussen
Dit hier en de dood
God huilde en
Het werd de zee
Ga mee, wees vrij
Ga mee
–=0=–
De zon de zon
Zo fel zo licht
Streelt donzen kuikens
Oude bomen
Schijnt over graf
En toekomstdromen
Speelt met de gek
Met kind en kever
Zon dek even
Ja heel even dan
Genadig warm
Ons toe – Sinds
Lange lange tijd
Zijn wij het wachten
Meer dan moe
Bos
Klamp u vast
met alle macht
aan deze stam
want groen is hier niet meer
en het wordt nacht
Om elke tak een been
een arm een oog
Beweegt er nog een blad?
het is een valse strik
kijk niet omhoog
Adem rustig in en uit
glimlach als men vraagt
wanneer de bus naar Kopenhagen gaat
en dan het bos der mensen overziet
- die rijdt hier niet -
